Verhuren in 2026: wat verandert er voor eigenaars?
Een regel hier, een indexering daar: als verhuurder heeft elke nieuwe wetgeving een impact op je rendement en de tijd die je besteedt aan je investeringen.
We zetten de belangrijkste wijzigingen voor residentieel en niet-residentieel vastgoed in Vlaanderen en Brussel op een rij. Zo weet je meteen waar je aan toe bent.
Eerst het goede nieuws: er verandert betrekkelijk weinig in 2026. Na enkele jaren van grote aankondigingen heb je als huurder slechts met kleine aanpassingen te maken dit jaar. Tegelijk wacht ons een grotere investering richting 2030. Vanaf dan geldt voor huurwoningen een minimaal epc-label.
- Elke halfopen en vrijstaande woning moet dan een energielabel E of beter halen.
- Elke rijwoning en appartement moet een energielabel D of beter halen.
- Een verdere verstrenging volgt in 2035.
Voldoet je huurwoning in 2030 niet aan het label, dan krijg je een gebrek van categorie II op het technisch verslag van de woningcontroleur. Dat betekent dat je geen conformiteitsattest krijgt en het pand niet mag verhuren. Het is nu dus het moment om een energieattest aan te vragen voor je woning(en) en de nodige renovaties alvast in te plannen.
Wat verandert er in Vlaanderen?
In 2025 genoot je nog van een verlaagd tarief van 2.4% in de onroerende voorheffing wanneer je een pand verhuurde aan een woonmaatschappij. Voor huurovereenkomsten die je sinds 1 januari 2026 afsloot, geldt het standaard tarief van 3.97%. Voor huurovereenkomsten die voor 2026 in werking traden, blijf je genieten van het verlaagde tarief.
Het kadastraal inkomen wordt met 2.5% geïndexeerd in 2026. Dat betekent dat je onroerende voorheffing ook automatisch stijgt. Je huurinkomsten kan je ook indexeren, vanaf de eerste verjaardag van de huurovereenkomst. Dit kan je slechts 1 keer per jaar doen en communiceer je schriftelijk. Heb je de huurprijs niet geïndexeerd op de verjaardag van de overeenkomst, dan kan dit ook later nog. Je mag de indexering evenwel slechts 3 maanden met terugwerkende kracht toepassen.
Renoveren
Plan je renovaties aan je investeringsvastgoed? In 2026 verdwijnen hiervoor de EPC-labelpremie en de sloop- en heropbouwpremie. Je valt voor je premieaanvraag vanaf nu ook standaard in inkomenscategorie 1 (hoogste inkomens) als investeerder. Daardoor kom je sinds 1 maart 2026 enkel in aanmerking voor een premie voor warmtepomp en warmtepompboiler voor aanvragen tot en met 31 december 2027. Bij appartementen ligt het iets anders: de basispremie voor de investeerder in een appartementsgebouw blijft behouden zoals voorheen voor alle categorieën van werken. Voor warmtepomp en warmtepompboiler zullen de premiebedragen lager zijn.
Niet-residentiële gebouwen
Voor niet-residentiële gebouwen verdwijnt de Mijn Verbouwpremie volledig. Een andere belangrijke wijziging voor dit type vastgoed is dat je vanaf 2026 verplicht over een EPC NR-attest moet beschikken voor alle grote niet-residentiële gebouwen. Als eigenaar van een kleine niet-residentiële (kNR) gebouweenheid, zoals een klein kantoor of horecazaak, kan je ervoor kiezen om in plaats van een EPC NR een EPC van een kleine niet-residentiële gebouweenheid te laten opmaken.
Ook de leegstandsheffing voor niet-residentiële gebouwen verhoogt gevoelig, wanneer je gedurende 3 opeenvolgende jaren wordt geregistreerd op de inventaris van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten. Beschik je over een parking met meer dan 20 parkeerplaatsen, dan moet je minstens 2 laadpunten en voorbekabeling voorzien. Vanaf 2026 wordt hier strenger op gecontroleerd.
Wat verandert er in Brussel?
Renoveren in Brussel? Dan houd je de beslissingen van de Brusselse regering beter in de gaten. Er is nog geen regeringsbeslissing over eventuele RENOLUTION-premies in 2026 genomen en er kunnen geen premie-aanvragen met eindfactuur 2025 of 2026 worden ingediend.
Vanaf 2026 heeft het Brussels Gewest nieuwe minimumvereisten geformuleerd voor veilige en gezonde woningen. Zo moeten er maatregelen genomen worden tegen CO-vergiftiging. Gastoestellen van type B worden verboden in slaapkamers en mogen in andere kamers in de woning alleen nog worden gebruikt als ze volledig in orde zijn. Niet-conforme toestellen worden uit de woning verwijderd.
Ook de oppervlaktenorm verandert. De nieuwe regel bepaalt dat de netto oppervlakte van een woning met 1 bewoner minstens 18 m2 moet zijn, te verhogen met 10 m2 per bijkomende bewoner. Elke woning moet ook voorzien zijn van een bad en douche.
De regels veranderen misschien stap voor stap, maar de impact op je rendement is groot. Wil je zeker zijn dat je vastgoed in orde is en blijft? Laat je begeleiden door een ervaren rentmeester. Estero volgt de wetgeving voor je op en adviseert over renovaties, zodat je investering blijft renderen.